
Pastoe streeft naar een succesvol vooraanstaande positie in de internationale markt van design meubelen. Daartoe ontwerpen, produceren, marketen en verkoopt zij kwalitatief hoogwaardige, esthetisch duurzame meubelen die zich onderscheiden door uitzonderlijke vormgeving.
Eenvoud, tijdloosheid, kwaliteit en vakmanschap zijn allemaal in het centrum van de filosofie van Pastoe voor meer dan negentig jaar. Sinds de oprichting in 1913 hebben we te maken met progressieve eigentijdse meubilair dat de nodige aandacht besteedt aan traditie en vakmanschap. En dat geldt net zo goed voor de kastsystemen en stoelen om de tafels van Pastoe.
De Utrechtsche Machinale Stoel- en Meubelfabriek (UMS) is ontstaan uit een kleine ambachtelijke stoelenmakerij, die Frits Loeb (1889 – 1959) in 1913 oprichtte ten behoeve van zijn eigen winkel aan de Ganzenmarkt in Utrecht. Al snel ontwikkelde zich een voor Nederlandse begrippen grote fabriek, waar naast ‘stoelen' ook ‘meubelen' werden gemaakt. Onder andere kasten, die in grote series, zowel in óude' als ‘nieuwe' stijlen werden geproduceerd.
Naast Loeb speelde D.L. Braakman (1885 – 1966) als bedrijfsleider en tekenaar/ontwerper een belangrijke rol bij de uitbouw van de activiteiten.
Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de fabriek geheel ontmanteld was, maakte het bedrijf een nieuwe start. Aanvankelijk leek het erop, dat het vooroorlogse vormgevingsbeleid zou worden voortgezet: naast elkaar werden modellen in ‘old finish' en in meer moderne stijlen ontwikkeld. In 1948 koos de directie echter definitief en radicaal voor het eigentijdse meubel.
Naast de flexibele ‘Meubelen-naar-maat' verschenen na enige tijd toch ook weer meer conventionele ‘vaste' meubels. Blijkbaar wilde niet iedereen aan de kastenwand. De modellen uit de ‘U+N'-serie (1958) hadden door hun voorslaande fronten, uitgevoerd in een combinatie van houtsoorten en kleurlakken een streng formeel geometrisch karakter, dat paste bij hun autonome status. De ‘DC-Kollektie' (1962) was hierin veel minder uitgesproken. Met de ‘Pastoe-kubus' (1967) en de ‘K 369'-serie (1971) bouwde Braakman voort op het oude principe van het stapelen van losse elementen tot een groter geheel. Beide series waren gebaseerd op een nieuw ontwikkelde productietechniek, waarbij een met PVC beklede spaanplaat overdwars werd ingefraisd, zodat hij tot een kistvorm kon worden gevouwen.
Aan deze verwarring is aan het begin van de jaren tachtig een eind gemaakt. Een nieuwe directie zette een éénduidige nieuwe lijn uit, die inmiddels goed zichtbaar is geworden. Centraal staan een uitgesproken en herkenbare vormgeving en een hoog afwerkingniveau.
De meubelen in de huidige Pastoe-collectie zijn niet langer louter functionele gebruiksvoorwerpen, maar gedragen zich ook als autonome beeldende objecten in de ruimte.
De belangrijkste ontwerpen van de pastoe collectie sinds de jaren 80:
1981 FM62 / Radboud van Beekum
1972 Desq / Jan des Bouvrie
1984 TM70 / Peters & Krouwel
1978 A'dammer element / Aldo van den Nieuwelaar
1983 Harmony / Arnold Merckx
1979 L160 / Pastoe
1985 Vision / Pierre Mazairac & Karel Boonzaaijer